Verzet op tijd je bakens!

Vandaag ben ik in gesprek met Wim van Mourik, 55 jaar, getrouwd met Gerda en vader van twee dochters en een zoon. Wim is eigenaar van Van Mourik Beekbergen grondverzet en cultuurtechniek, die levert aan groen en grijs, aan boer en bouw.

Vanuit Beekbergen runt hij zijn bedrijf en is daarnaast ook zeer actief als voorzitter van belangenorganisatie Cumela. “Verzet op tijd je bakens”. Dat was de tip aan andere ondernemers waarmee Wim deze podcast afsloot.

Bedrijfsovername

Toen we Wim vroegen of hij mee wilde werken aan deze podcast zei hij dat hij eigenlijk niet zoveel te vertellen had. Het was niet zo spannend volgens hem. Maar toen kwam het gesprek op het onderwerp bedrijfsovername. En daar heeft Wim wel zeker wat over te vertellen.

Wim heeft het bedrijf van zijn vader over genomen. Wim: “Ik geloof niet dat ik zo ondernemend was toen, of dat altijd al op mijn wensenlijstje had staan om zelf een bedrijf te hebben. Maar het zat er zo ingebakken dat, wij waren voorbestemd om dat over te nemen”. Wim verteld over hoe hij het bedrijf overnam, stapje voor stapje en welke invloed zijn vader bleef of wilde houden. Later in de podcast verteld Wim hoe zijn kinderen staan tegenover het overnemen van zijn bedrijf en welke invloed dit heeft op zijn relatie met zijn kinderen.

Generatieverschillen

Wim is opgegroeid in een cultuur van hard werken en het hebben van bezit. Aan de andere kant verteld Wim hoe zijn kinderen andere keuzes maken. Wim: “Die jeugd heeft in mijn beleving minder behoefte aan een bedrijf bezitten of heel veel verantwoordingen hebben, of bezitten, die behoefte is er minder”.

Wim verteld hoe hij zijn zesdaagse werkweek terugbracht naar vijf dagen. Destijds een doorn in het oog van zijn ouders. Nu zal zijn vader vast trots zijn op hoe Wim het tot nu toe gedaan heeft al spreekt hij dat op dat vlak niet uit.

Besturen

In 2011, toen Wim een jaar of veertig was werd hij gevraagd om landelijk voorzitter te worden van Belangenorganisatie Cumela. Wim: “Ik had het bedrijf hier redelijk onder controle. Ik denk: ik kan dit, dit lukt en ik zocht ook een nieuwe uitdaging. Ik dacht: moet ik een bedrijf erbij of moet ik gaan groeien, of hoe houd ik mezelf wakker? Dus dat kwam eigenlijk precies op het juiste moment, dat ze mij vroegen.

Van: Wim, wil jij geen landelijk voorzitter worden? Maar, dat gaat dan wel iets meer tijd van je vragen”. Zijn personeel vind het wel mooi. “De mannen an sich vinden dat wel mooi, die vinden het prachtig. Die zijn trots dat hun werkgever zo af en toe op het podium springt om het algemeen belang, wat voor ons van belang is, dat ik dat doe, dat ik dat oppak”.

Commitment

We spreken nog over de uitdagingen binnen de sector en binnen zijn eigen bedrijf, nu Wim zijn kinderen in 2017 hadden aangegeven het bedrijf niet over te willen nemen. Het vinden van machinisten voor zijn machines is voor Van Mourik Beekbergen nog gene probleem, maar in het vinden van bijvoorbeeld grondwerkers in de toekomst, daar ziet Wim wel een hele uitdaging.

Een opvolger voor zijn bedrijf denkt Wim gevonden te hebben in Koen Spee. Toen ik aan Wim vroeg waar zijn opvolger aan moet voldoen, toen noemde hij: “Commitment. Die commitment wil je voelen, de passie die je voor het bedrijf hebt, of de verbinding met de werknemers. Of met de mooie machines of het pand. Hoe je het maar wilt noemen, maar je wilt die verbinding voelen, en die verbinding die voel ik wel bij hem”.

Verzet op tijd je bakens!

Wim: “Je moet wel op tijd je bakens verzetten. Ik heb onlangs in een column geschreven: in de moeheid ploeg je voort. Dat is het liefste wat we doen, gewoon door ploegen. Maar op enig moment als de ploeg niet meer voldoet en je moet naar een spitmachine, moet je wel bereid zijn om de ploeg te verkopen. Dat is figuurlijk, niet letterlijk. En dan denk ik dat we als ondernemers wel moeten blijven doen van: verandert de wereld?

Ja, die verandert. Moeten wij dan ook veranderen? Ja, dan moet je wel veranderen. En wees op tijd. Denk niet dat het meevalt, maar probeer voorop te lopen in de nieuwe ontwikkelingen in de nieuwe veranderingen, want als je achteraan aanloopt dan kom je op een gegeven moment ook een keer te laat. Dus blijf die bakens verzetten”.

Luister naar de podcast of lees hieronder het gehele interview.

Meer over Wim van Mourik en Van Mourik Beekbergen vind je op:
https://www.linkedin.com/in/wim-van-mourik-7a446428/
https://www.linkedin.com/company/vanmourikbeekbergen/
https://www.facebook.com/vanmourikbeekbergen
https://www.vanmourikbeekbergen.nl/

Verder praten?

Wil je eens verder praten met een ervaringsdeskundige in het ondernemersvak? Iemand waarmee je kunt sparren, bijvoorbeeld over het verkopen van je bedrijf aan je kinderen? Lees hier dan een onze informatie op de DGA Mentorpagina en maak daarna een afspraak via de contactpagina. Je kunt ook bellen op 06-53321934. Dan maken we snel een afspraak. Tot snel.

Programma voor jou

Om jou als ondernemer ook te kunnen helpen hebben we diverse programma’s samengesteld waaruit je kunt kiezen. Deze kun je vinden op onze aanbiedingspagina.

Kennismaken?

Wil je een afspraak maken om eens vrijblijvend verder te praten? Plan dan vandaag nog een telefonisch kennismakingsgesprek met ons in via ons handige tool op onze website. Klik dan hier

Bellen voor een afspraak maken mag natuurlijk ook altijd.
Bel dan naar 06-53321934. Dan zoeken we samen een geschikt moment in jouw en mijn agenda.

Ik kijk uit naar onze afspraak.

#podcast
#interview
#wimvanmourik
#vanmourikbeekbergen
#cumela
#besturen
#bedrijfsovername
#generatieverschillen
#commitment
#mentor
#inspirator

Volledig uitgeschreven podcast #17:

Wim van Mourik

Cor

We zijn hier in jouw kantoor in Lieren, bij Van Mourik Beekbergen. Ik heb even wat huiswerk gedaan, Van Mourik Beekbergen grondverzet en cultuurtechniek. Levert aan groen en grijs, aan boer en bouw.

Wim

Ja, dat heb je aardig goed.

Cor

Is dat een beetje –

Wim

Dat dekt wel de lading.

Cor

Dat dekt wel de lading. We kwam er net in het voorgesprek achter dat we elkaar eigenlijk kennen, ik dacht van naam, maar dat was toch van het VCA, de begeleiding van het VCA, samen met Willem. Ik zag al staan: duwen is  beter dan trekken, misschien kunnen we het daar nog eens even over hebben, wat je daar precies mee bedoelt.

Vijfenvijftig jaar en twaalf januari vijfenvijftig geworden, woont in Beekbergen, komt uit Lieren, getrouwd met Gerda de Jong. Ongeveer elf jaar nu volgens mij, twee dochters, Eva en Annemarie en een zoon Laurens.

Wim

Dat klopt.

Cor

Laurens zit in de autohandel zag ik, dus ik zag al heel wat dingen voorbij komen. Hobby’s, ik schat even: wintersport en wielrennen?

Wim

Wintersport zeker, wielrennen heb ik een paar jaar gedaan, wielrennen en moutainbiken. Maar goed, daar ben ik wel weer mee gestopt. Ik heb die fietsen weer aan de wilgen gehangen, dat vroeg toch teveel van me. Ik zat in een vrij fanatiek groepje, zeg maar het testosterongroepje. Het moest altijd maar verder en altijd maar harder en altijd maar langer en op een gegeven moment kostte het me meer dan dat het me opleverde en toen dacht ik: hier stop ik mee, dit is niet goed voor me.

Cor

Maar dan ook gewoon gelijk twee fietsen op Marktplaats zetten, gewoon ook gelijk afrekenen?

Wim

Daar heb ik nog wel een jaar over gedaan om zover te komen dat ik ze op Marktplaats ging zetten, maar ik heb het wel, denk ik in 2020 gedaan en toen heb ik van de opbrengst van die twee fietsen en de spullen, een nieuwe kar met golfspullen aangeschaft en ik ben samen met mijn vrouw golflessen gaan volgen. We hebben ons GVB gehaald vorig jaar in Portugal en ja, daar storten we ons nu helemaal op. Dat wordt het nieuwe werken.

Cor

Voetbalclub?

Wim

Niet.

Cor

Ja, VV Beekbergen, dat is het dan?

Wim

Dat bestaat, ja. En daar doen we het onderhoud van de velden, maar voor de rest ben ik geen voetbalfanaat of fan. Daar heb ik ook geen voorliefde voor, ik vind het prima dat anderen dat doen, maar wij zijn er vroeger eigenlijk niet mee opgegroeid.

Mijn vader zei altijd: dat moet je niet doen, want dan schoppen ze je de poten kapot op zondag en dan kun je op maandag niet werken. Dus dat is bij ons niet van de grond gekomen. En ik heb het zelf ook nooit opgepakt. Ik vind het goed, nogmaals, dat een ander het doet, maar niet voor mij.

Cor

En als je het hebt over voetbal of golven, doe je dan ook met jullie bedrijf golfbanen aanleggen, of onderhoud en op voetbalvelden?

Wim

Jawel, voetbalvelden dat kunnen we volledig zelf, het aanleggen en onderhouden en die golfbanen aanleggen, daar zijn wij ook wel bij betrokken. Op dit moment wordt er in Lieren weer een uitbreiding gedaan van een golfbaan en daar zijn wij ook bij betrokken.

Cor

Scherpenberg?

Wim

Ja en bij de nieuwe aanleg, toen die tijd, maar dat was voor onze grootste klant Sweco, ja dat heette toen nog Grontmij, hebben wij daar misschien eens geleverd om de tee’s en holes aan te leggen, maar ook om de fairways te egaliseren en in te zagen, dus dat zijn wel dingen die ons passen zeg maar. Met mens en machine in die boden wroeten. Ja, dus ook op een golfbaan.

Cor

Ik ben lid van de Witte Handicap Club hier op Scherpenberg, dus ik speel hier wel eens. Muziek, ben je een muziekliefhebber en wat is dat dan?

Wim

Niet uitgesproken hoor, ik luister niet eens altijd naar muziek, ik luister ook wel eens naar NPO1, en dan praatprogramma’s, maar als ik dan muziek luister dan is het wat er op de radio voorbij komt en als ik wat zoek dan heb ik ook wel een redelijk brede interesse.

Maar stel dat ik nu moet zoeken, dan zoek ik naar Adele, of naar Anouk, of naar Danny Vera, dat soort dingen. Simply Red van vroeger zoek ik nog wel eens op, maar echte specifieke voorkeur, nee. Ik ben een makkelijke muziekluisteraar.

Cor
Hebben de jongens op de zaak misschien de radio aan?

Wim

Allemaal.

Cor

Ja?

Wim

Ja, als daar geen radio in zit, of hij doet het niet, dan hebben we een probleem. Dus die jongens die luisteren er graag naar, maar waar ze precies naar luisteren, dat weet ik eigenlijk niet, kon nog wel eens andere muzieksmaak zijn dan dat ik zelf heb, maar het is wel van wezenlijk belang dat daar een goede radio in zit. Dat vinden ze belangrijk.

Cor

Heb je vroeger zelf veel op de trekker gezeten?

Wim

Ja, in mijn jongere jaren, vanaf mijn vijftiende, zestiende. Ja, heel vroeger was het zo: als je een jaar of tien, twaalf was leerde je al trekker rijden. Dan mocht je niet de weg op, maar wel op het land en vanaf je zestiende mocht je dan de weg op en dat was bij ons vroeger ook wel gewoon, als je dan uit school kwam, dan was er altijd wel iets te doen. Dan ging je even een paar pakjes hooi persen, of even wat kunstmest strooien, dus ik rij al wel heel lang trekker en vanaf mijn zestiende dus ook op de weg.

Na mijn schooltijd, mijn opleidingstijd heb ik nog een paar jaar hier in het bedrijf gewerkt, toen ben ik gaan stage lopen, andere bedrijven gezocht en gewerkt en toen weer terug, maar voordat ik op kantoor kwam heb ik een jaar of vier op de rupskraan gezeten. Eerst op een mobiel kraantje natuurlijk om het te leren en daarna ging de rupskraan machinist weg en toen zei mijn vader: dat is dan misschien wel iets voor jou, dat is om je opleiding nog een beetje af te ronden, dan ga je maar eens een tijdje op die grote rupskraan zitten.

En dat staat mij nog wel helder voor de geest, dat breng ik ook altijd in contact met de geboorte van mijn kinderen, want ik weet nog precies waar ik was met die grote rupskraan toen mijn zoon geboren werd, stond ik in Arnhem. Helder voor de geest, dus dat heb ik een paar jaar gedaan en toen ik daar af kwam, van die rupskraan –

Cor

Wacht even. Je gaat te snel. Want ik zat te denken: je hebt geen tinnitus opgelopen van al het lawaai wat destijds op die tractoren zo was?

Wim

Ik heb wel tinnitus, maar waar het vandaan komt, ik weet het niet. Het zou best kunnen, die lawaai doofheid, dat oorsuizen dat dat van machinegeluiden komt, dus ik heb wel tinnitus en ik heb ook wel iets gehoorschade, want ik heb een gehoorapparaat in zoals je ziet, maar ja, dat is heel moeilijk te labelen, of dat het daar vandaan komt. Dat kan geen enkele oorarts je vertellen. Ze constateren een gehoorschade en dat zit dan ergens in je hoofd, maar niemand kan zeggen waar het van komt.

Cor

Ik wist het trouwens niet hoor, het is dat je het nu zegt. Ik heb er zelf iets last van, omdat ik ook vroeger altijd op de trekker zat en ook wel eens muziek, dan luisterde je muziek en van die oorkappen op. Wat voor auto rijd je?

Wim

Ik rij een Audi A6 All Road, dat is wel – een passie zal ik niet zeggen, ja, dat wilde ik wel heel graag en van vroeger uit reden we een Volkswagen Golf, toen werd het een keer een Passat en nog een Passat en toen ik zover kwam dat ik zelf auto’s mocht kopen of kon kopen toen kocht ik mijn eerste auto, dat was ook een Passat, daarna dacht ik:

ik wil wel iets mooiers, iets luxere, toen werd het een Audi, dat leek mij helemaal ideaal. Dat werd een Audi A4 en daarna werd het een A6 en het hoogst bereikbare, dacht ik toen altijd, dat is zo’n grote A6 All Road. Nou, ik ben zover, ik heb hem. Ik rij er met verschrikkelijk veel plezier in.

Cor

En die liefde heb je ook aan je zoon doorgeven? Je zoon handelt nu in auto’s zag ik tenminste voorbij komen?

Wim

Ja, mijn zoon die is helemaal autofanaat, die heeft dat van kinds af aan al opgebouwd. Die wist als kleine jongen al auto’s te herkennen aan de achterlichten. Dan zei hij: kijk, papa, dat is dezelfde auto als die opa heeft, want die heeft dezelfde achterlichten. Dat zijn dezelfde achterlichten van ome Jan. Dus die heeft dat al heel vroeg meegekregen.

Maar hij werkt overdag bij een, ik wilde bijna de naam noemen, maar dat is niet helemaal goed natuurlijk, bij een installatiebureau en daar is hij service engineer en in de avond- en in de weekenduren doet hij die automakelaardij erbij. Hij noemt zichzelf automakelaar van het noorden en daar kan hij zijn liefde en passie in kwijt. Door auto’s te zoeken voor andere mensen.

Cor

Komen we zo meteen nog wel terug op, want ik wil het met jou wel hebben over bedrijfsovername, maar eerst even naar jezelf. Lees je wel eens boeken?

Wim

Ja, ik lees wel eens boeken, eigenlijk te weinig. Ik ben ook vroeger niet met boeken lezen opgevoed, dat is meer iets dat me is bijgebracht door mijn vrouw. Mijn vrouw is docent Nederlands en fervent boekenlezer en die schuift mij wel eens boeken onder de neus van: dit is een mooi boek, lees die maar.

En dat lees ik dan ook, want ik ben wel een makkelijke lezer, ik kan echt wel alles lezen, maar het gebeurt eigenlijk alleen maar in de vakantie, dus veel te weinig. Dat is wel jammer. Ik neem me ook ieder jaar voor om meer te gaan lezen, maar als het er niet ingebakken zit en je moet jezelf ertoe zetten dan wordt het lastig.

Cor

Maar je bent, ik zag, je bent sinds 2012 voorzitter van Cumela. Moet je voor Cumela, moet je daar veel voor lezen? Veel vakliteratuur lezen of is dat dan ook –

Wim

Vakliteratuur valt wel mee, maar ik moet wel veel stukken lezen, dus je lees wel veel vergaderstukken of memo’s. Maar daar heb ik geen moeite mee. Ik kan best goed en snel lezen en ook wel snel die stof opnemen. En als ik dus ook een boek lees, dan kan ik dat ook wel makkelijk in me opslaan. Dat gaat me makkelijk af.

Cor

Luister je wel eens een podcast?

Wim

Eerlijkheid dient me te zeggen, dat op het moment dat wij contact met elkaar zochten, dat ik daarna pas podcasts ben gaan luisteren. Die van jou, ik heb er nu drie gehoord. Ik moet zeggen ik vind het wel leuk, nu, ’s avonds in coronatijd lopen we een rondje om het dorp heen en dan een paar oortjes in en een podcast luisteren, dat begint mij eigenlijk wel te bevallen, dat vind ik leuk.

Cor

Ik ook pas sinds ik ermee begon, dat ik podcasts luister, ja. Heb je iemand waar je tegenop kijkt, een idool, misschien een groot woord, dat je zegt van: dat is echt wel, hetzij een ondernemer, hetzij iemand zoals die in het leven staat?

Wim

Ik ben wel fan van Mark Rutte, ik ben ook een fervent VVD’er en ik volg dat al een paar jaar hoe Mark dat doet en daar heb ik echt wel ontzag voor, dat vind ik ook wel heel knap zoals hij de verbindingen maakt en de compromissen sluit en hoe hij met mensen omgaat, naar ze luistert, dat vind ik wel een voorbeeld, daar neem ik wel iets van aan.

Cor

Hij is ook een woordkunstenaar.

Wim

Ja, ik vind het heel knap wat hij doet. Hij kan echt met iedereen omgaan, gewoon met alle lagen van de bevolking kan hij nivelleren en insteken, dat vind ik heel knap en dat hoop ik van hem over te nemen. En daarnaast, via Cumela kom ik natuurlijk bij heel veel mooie bedrijven en daar zie ik wel ondernemers,

ik zal ze niet bij naam noemen, want dan doe ik misschien een ander weer tekort, maar daar zie ik wel andere ondernemers waarvan ik denk: wat doe je dat goed, wat doe je dat knap of waar sta je daar goed in, niet teveel op de emotie, maar wel op de zakelijke kant. En soms bij een andere ondernemer andersom, maar dat is er niet één, dat zijn er gewoon meer.

Cor

Misschien komen we in de podcast nog wel tegen, de uitdagingen die je zowel bij de boeren tegenkomt als in de bouw, hetzij vanwege stikstof, hetzij vanwege corona, hetzij vanwege veranderingen van voedselketen. Je begon er net al over, uit wat voor nest kom je? Heb je broers en zussen?

Wim

Ik heb een broer en twee zussen en wij komen echt wel uit een ondernemersgezin.

Cor

Jij bent de jongste?

Wim

Nee, ik ben de tweede. Een oudere broer en twee jongere zussen. Ja, mijn ouders die zijn beide, na het trouwen hier naartoe verhuisd. Die komen van oorsprong uit de Betuwe en mijn vader komt uit een streng gereformeerd gezin, uit een boerengezin, is ook vanuit hard en lang werken opgevoed, kocht toen samen met mijn moeder hier een failliet gaand loonbedrijf op, loonbedrijf/boerderij en die is toen heel hard gaan werken om hier de kost te verdienen en de boerderij te onderhouden en dat loonbedrijf. Dat is hij rustig aan gaan uitbouwen, maar daardoor zijn wij wel opgevoed met werken, ja.

Als een beetje lopen kon, moest je al een beetje meewerken, al was het maar de stoep aanvegen, of de schuur aanvegen en maar vader heeft altijd wat akkerbouw erbij gedaan en op enig moment moesten wij dan ook mee aardappels gaan rooien, moesten we kunstmest strooien, moesten we het land bewerken, dus wij zijn wel meer met werken dan met sporten of met spel opgevoed. Dat was goed, prima.

Cor

En je hebt mts gedaan? Weg- en waterbouw?

Wim

Eerst de lts en toen de mts weg- en waterbouw. Mijn vader had wel een plan voor ogen met mij en mijn broer. Mijn broer zou dan bosbouw en cultuurtechnische school doen, heeft hij ook gedaan en ik zou dan mts weg- en waterbouw doen en dan zouden wij beiden –

Cor

En niet dus de middelbare landbouwschool?

Wim

Nee.

Cor

Was dat omdat hij toen al dacht: ze moeten echt richting die weg- en waterbouw?

Wim

Mijn vader had al vrij snel in de gaten dat hij met die landbouwmachines natuurlijk ook voor andere klanten kon werken. Toen ging hij al vrij snel werken voor de gemeente Apeldoorn en voor het toenmalige Arcadis, dat was toen Grontmij, ging hij met dezelfde mens en machines voor andere klanten werken, dan had hij ook wel bedacht: daar zit meer toekomst in dan in het agrarisch loonwerk,

dus toen dacht hij: als Jan dan de bosbouw school gaat doen en Wim doet wegenbouw op de mts, dan gaat de één stage lopen bij Grontmij en de ander gaat stage lopen bij de HWZ, wat nu de BAM is. Dan kunnen ze daar beiden een jaar of vijf werken, dan komen ze terug en dan nemen de gebroeders Van Mourik het bedrijf over. Dat is bijna gelukt.

Cor

Dus toen heb je op school gezeten, toen heb je nog vijf jaar op die rupskraan gezeten.

Wim

Ja, ja.

Cor

En toen, wat gebeurde er toen?

Wim

Even terug naar die stageperiode, ik ben teruggekomen naar het bedrijf en mijn broer die is niet teruggekomen, die zei: ik vind het geweldig mooi werk en ik interesseer me er ook voor, maar ik heb eigenlijk niet zoveel ambitie om het voor mezelf te gaan doen, dus ik blijf bij Grontmij. Ik blijf liever in loondienst. Dus toen heb ik het alleen overgenomen.

Cor

Maar was je altijd al wel de ondernemer, ook in het gezin, tussen vrienden, degene die – of was het echt zoiets van: zo gaat dat nu eenmaal, dat je het bedrijf, dat één van de zoons, of één van de kinderen het overneemt?

Wim

Ja, ik denk dat laatste, ik bedoel, ik geloof niet dat ik nu zo ondernemend was toen, of dat altijd al op mijn wensenlijstje had staan om zelf een bedrijf te hebben. Maar het zat er zo ingebakken dat, wij waren voorbestemd om dat over te nemen. Die kant werden we wel, op gestuurd vind ik een groot woord, maar daar werden we wel in gestimuleerd.

Ik vond het ook leuk, ik vind het nog steeds leuk om te doen. Maar om nu te zeggen: ik wil ondernemer worden en dit is een gouden kans en ik ga dat doen, nee, ik ben er eigenlijk gewoon ingegroeid.

Cor

Wat zou je geweest zijn als je vader het niet had gehad? Heb je daar wel eens over nagedacht?

Wim

Jawel, daar heb ik vaak genoeg over nagedacht, maar ik heb daar nog nooit een antwoord op gevonden. Ik weet het gewoon niet.

Cor

Professioneel golfer misschien wel.

Wim

Ja, dat had gekund, maar nee, dat geloof ik niet. Maar ik heb niet een super balgevoel, dus als wij elkaar gaan tegenkomen, dan kun je denk ik wel van me winnen, maar nee, ik heb geen antwoord op die vraag wat ik dan anders was gaan doen.

Cor

Maar goed, we hadden elkaar aan de telefoon over overnemen, kun je daar eens wat over vertellen, hoe is dat gegaan? Want het is een kapitaalkrachtig bedrijf, machines, veel geld gaat erin zitten?

Wim

Ja, hoe gaat zoiets. Inderdaad, er zit heel veel geld in en de vorige generatie liet ook al dat geld er maar inzitten, dus toen wij op het punt aankwamen van die overname, had mijn vader wel zijn voorbereidingen gedaan. Hij had van een vof een bv gemaakt, met een beheermaatschappij erboven, dus voorbereid dat ik het makkelijk kon overnemen. Dus ik heb ook een bv opgericht en heb gewoon aandelen gekocht van de werkmaatschappij van hem.

Eerst een transactie van dertig procent en daarna, dat was denk ik ergens rond 2000 heb ik er nog eens veertig procent bijgekocht. En toen gebeurde er een hele tijd niks en ik heb in 2015, dus dat is nog helemaal niet zo lang geleden, heb ik die laatste dertig procent van hem overgenomen. En dat is wel grappig om te vertellen hoor, want mijn vader heeft natuurlijk van die opbrengst van de verkoop, hij heeft ook andere aandelen gekocht en zijn geld belegd, altijd zuinig op geweest. Maar jouw aandelen, zegt hij, die renderen eigenlijk ook wel goed.

Die dertig procent die ik nog heb in jouw bedrijf, dat zijn best goede aandelen, dus die verkoop ik niet. Die hou ik nog even. Daar kon ik in eerste instantie natuurlijk om lachen, maar uiteindelijk dacht ik: ja, verdorie, ik moet ze toch een keer zien te krijgen. Dus in 2015, toen was ik rond mijn vijftigste, dacht ik toch wel: ja, nu wordt het toch wel tijd, ik kan het alleen en ik wil het wel alleen en die aandelen moeten gewoon mijn kant op.

Cor

Had hij nog wel de laatste tien of vijftien jaar dat hij zich er nog – dat hij er nog veel rondliep of dat hij nog wel voelde dat het ook nog wel van hem was? Of heeft hij het wel makkelijk los kunnen laten?

Wim

Nee, dat ging niet zo makkelijk hoor. Ik bedoel mijn vader was een eerstelijns ondernemer, een pionier in hart en nieren. Hij heeft ook jarenlang, nadat hij het aan mij verkocht had, eigenlijk uit de zaak was, hier wel was, wel altijd meegedaan. Dus hij werkte nog mee, hij dacht ook nog mee, hij besliste ook mee.

Daar kon hij wel vrij snel afscheid van nemen, de beslissingen en verantwoording dragen, maar het heeft heel lang voor hem gevoeld alsof het nog van hem was en dat hij mij nog wel adviseerde en nog wel wat tips gaf van: let daarop, zie dit en zie dat. En het is pas sinds een jaar of vijf denk ik, dat hij het nu echt heel goed kan loslaten. Hij is nu bijna 82, tot aan zijn 77, 78 echt wel volop meegedacht en gedaan, geduwd en getrokken.

Cor

En hoe is dat naar je oudere broer en je twee zussen, hebben die ooit wel eens gehad van: die Wim die heeft lekker makkelijk het bedrijf overgenomen? Werden daar in die tijd veel gesprekken over gevoerd? Of was het een soort stilzwijgende –

Wim

Ik heb persoonlijk niet zo heel veel gesprekken gevoerd met mijn broer en zussen over gehad. Wat is het waard, wat geef ik ervoor en wordt het geschonken of wordt het betaald, of – daar hebben wij het eigenlijk niet over gehad. Dus ik denk dat ze daar gewoon vertrouwen in hebben gehad dat vader en ik dat goed gedaan hebben.

Dat is ook gewoon goed gedaan, we waren natuurlijk met zijn vieren en mijn moeder toen die tijd was helemaal een voorvechter daarvan, die konden en die wilden daar ook geen verschil in maken, of geen onderscheid in maken. Ze konden mij niet wat schenken, dan zouden ze de anderen tekort doen. Dus ik heb ik ook echt wel, alles wat hier is, gewoon betaald. En mijn broer en zussen hebben daar waarschijnlijk goed vertrouwen in gehad, want die hebben mij daar nooit naar gevraagd of ergens van beschuldigd, of daar argwaan bij gehad.

Tenminste, dat is mij niet ter ore gekomen. We hebben dat gewoon heel goed en integer gedaan met elkaar. En ze zien best wel dat ik er denk ik veel voor moet doen. Dat ik er best mijn uren voor moet maken, mijn verantwoording ervoor moet dragen. Dus ik denk dat dat wel goed zit.

Cor

Kun je eens een voorbeeld noemen van iets waar je vader echt anders over dacht dan hoe jij erover dacht, of zeg je, dat is eigenlijk ook altijd op één lijn geweest?

Wim

Er waren wel verschillende zienswijzes, vooral de eerste jaren. Kijk, mijn vader is nog van de zesdaagse werkweek en dat heeft hij ons ook altijd bijgebracht van: wat je denkt dat je in veertig uur kunt verdienen, vergeet het maar, het moet echt in vijftig of in zestig uur.

Cor

Ook dat de kranen zo lang langs de weg moeten zitten, of gaat het dan vooral om kantoor, of –

Wim

Nee, er moest ook echt buiten wat gedaan worden. Mijn vader was in volle overtuiging en dat was toen in die tijd ook wel zo, mijn vader is van net voor de oorlog, hij is in ’39 geboren, dus hij heeft die opbouw, die heropbouw van Nederland goed meegemaakt.

En net na de oorlog was er niet veel geld, en geen spullen, dus er moest keihard gewerkt worden om het land op te bouwen, ook om zichzelf te kunnen voeden, dus die heeft echt zes dagen hard moeten werken en toen ik in beeld kwam, of toen wij in beeld kwamen, toen zei hij ook altijd: jullie zullen dat ook moeten doen.

Je zult echt zes dagen moeten werken om de boel overeind te houden hier. Maar ik dacht: ja, ik heb nog een vrouw en kinderen, ik heb ook een privé leven, ik denk dat het wel in vijf dagen kan. Dat kon echt niet zo. Dat heeft mij dus ook altijd wel getriggerd en geïnspireerd om het te proberen wel in vijf dagen te doen en ik doe dit nu al vijfentwintig jaar voor mezelf en het lukt me ook in vijf dagen.

Dan moet je misschien of slimmer werken, of misschien meer vragen per uur, maar nogmaals, het is me wel gelukt om in vijf dagen de kost te verdienen in plaats van zes. En daar hebben we wel strijd over gehad hoor, de eerste jaren, of ik die zaterdag privé zou besteden of dat ik mee zou gaan aardappels rooien of nog even kunstmest zou gaan strooien. Dus dat heeft ook wel wat strijd opgeleverd, maar dat is de overgang van generaties.

Cor

Hoe heb je de switch kunnen maken van uiteindelijk de rupskraan naar dagelijks de leiding nemen. Was dat voor jou gelijk wel gekoppeld aan het worden van aandeelhouder?

Wim

Daar zit eigenlijk nog een stap tussen, als je me toestaat. Op een gegeven moment kwam er een prachtig mooi project voorbij, dat was bij de Apenheul, dat is één van onze mooiste, grootste, bijzonderste klanten en die gingen een masterplan uitvoeren, de hele Apenheul ging op de schop, dat werd verdubbeld, toen werden we gescreend als bedrijf zijnde door een groot consultantsbureau, wie zijn jullie die dat werk buiten kunnen gaan doen?

En net voordat ze het kantoor verlieten zeiden ze: dan gaan we nog even op zoek naar een uitvoerder, projectleider en dan gaan we van start. En toen keken mijn vader en ik elkaar aan dachten we: maar dat moet niet gebeuren, daar moet geen wildvreemde uitvoerder op komen, want die brengt zijn eigen vrienden mee en dan staan wij buitenspel. Dus toen is het plan geboren dat ik mezelf zou aanmelden bij de Apenheul als uitvoerder, projectleider om een paar jaar dat masterplan te trekken.

Dus toen heb ik ook de stoute schoenen aangetrokken, ben ik ook daar – ik vergeet het echt nooit meer – ben ik daar naartoe gereden, me gemeld van, bij Wim Mager, die man leeft al niet meer: dit zijn de plannen, dat consultantsbureau is nu allemaal partijen bij elkaar aan het trekken, maar ik zie het wel voor me dat ik hier dit project ga trekken. Nou zei hij: je komt eigenlijk solliciteren.

Ik zeg: zoals je het noemen wilt. Ik vind het wel een hele mooi geste en ik wil daar wel eens over nadenken, zegt hij en met de andere mensen van de Apenheul bespreken en toen belde hij een paar dagen later: Wim, dat gaan we doen.

Cor

Mooi zeg.

Wim

En toen heb ik mezelf een jaar of vier verhuurd, dat mocht gewoon op urenbasis, als uitvoerder en kon ik met de mannen van mijn eigen bedrijf dat hele park gaan aanleggen.

Cor

Wat een ervaring dan ook.

Wim

Fantastisch! Dat is echt een hele memorabele tijd voor mij geweest, want ik kwam uit, ik kwam die rupskraan af, toen kwam ik in de wegenbouwwereld en dat is van oorsprong een hiërarchisch ingestelde organisatie, die wegenbouwers. Hoofdaannemer, onderaannemer, of inhuurder van onderaannemer, maar de betaler bepaalt en dat is altijd streng gereguleerd.

En toen kwam ik bij Apenheul en daar is alles natuurvriendelijk, publieksvriendelijk, diervriendelijk.

Cor

Een hele andere manier van overleg waarschijnlijk?

Wim

Ja, en dat was groot respect voor elkaars kunde. Ze zeiden dan tegen mij als jonkie van: ja, maar Wim, daar heb jij verstand van, wij niet. Dus doe wat jij denkt dat goed is. Dus ik kreeg daar zoveel vrijheden en verantwoording, daar bloosde ik gewoon van. Maar het was heerlijk om er te werken.

Cor

Heeft dat de rest van je leven doorgesijpeld in je manier van leidinggeven, je manier van werkgever zijn, dat je zegt van: dat is bepalend geweest?

Wim

Dat denk ik wel ja. Want ik zit mijn mannen ook niet zo op de huid. Ik geloof dat ik ook wel een makkelijke leider ben, dus ik geef die jongens ook gewoon dat vertrouwen van: dit is het werk, ik voel mezelf ook meer spelverdeler, of werkverdeler dan dat ik werkgever ben.

Ik zeg gewoon tegen die mannen: hier staan de machines, dit is eigenlijk een beetje de bedoeling, ik vind het leuk als jij dat gaat doen en hoe je het doet, dat is jouw pakkie aan. Dat weet jij waarschijnlijk beter dan dat ik dat weet en dat heb ik wel een beetje overgehouden aan het vertrouwen wat ik bij Apenheul gekregen heb. Dat staat me nog bij. Dat was geweldig.

Cor

Nou, mooi. Ik ga even een korte pauze doen, en dan wil ik het graag na de pauze met je hebben over wat je dus bij Cumela, wat dat voor invloed heeft op jouw ondernemer zijn en dan hoe jij het misschien gaat overdragen naar je kinderen of anderszins.

Korte pauze

Cor

Voor de pauze had je het erover dat je sinds 2012 voorzitter bent van Cumela, wie heeft jou op dat paard getild, wie heeft je gevraagd – die man kan zo goed communiceren, of doet het zo goed voor de camera, die moeten we hebben.

Wim

Toen waren we nog niet voor de camera hoor, dat was wel leuk, dat was in 2005, ik weet niet of alle luisteraars dat weten, Cumela, de branchevereniging voor de ondernemers die in groen, grond en infra – toen die tijd heette dat nog de Boval, Boval loonbedrijven, daar was ons bedrijf al sinds jaar en dag lid van, alleen we maakten er niet veel gebruik van en we waren ook bestuurlijk niet actief en toen werd ik

in 2005 benaderd door de toenmalige directeur en die kwam bij mij op de koffie met de vraag van: zou jij niet bestuurlijk actief willen worden binnen onze organisatie? Zou jij niet in het bestuur van de afdeling Gelderland wat willen gaan doen?

Cor

En wat moet ik me daar dan bij voorstellen, wat doet een bestuurder van Cumela?

Wim

Ja, dat is redelijk divers, maar binnen Cumela zijn ongeveer honderd bestuurders, dus alle provincies hebben een eigen bestuur en je hebt drie peilers, drie secties waar de organisatie uit bestaat: mestdistributie, loonwerk agrarisch en cultuurtechnische werken. Dus al die besturen bij elkaar beslaan ongeveer honderd man en met zijn allen zijn wij de ogen en de oren van de organisatie, het is dus richting de organisatie, maar ook andersom.

En dat wordt de laatste tijd redelijk uitgebouwd naar regionale belangenbehartiging, dus vaak proberen we bij gemeentes, provincies, grote overheden ons onder de aandacht te brengen en onze belangen te behartigen. Dat de wegen bereikbaar blijven, dat gebieden bereikbaar blijven voor onze grote machines, dat onze MKB bedrijven aan de beurt komen voor werk, al dat soort dingen.

Wim

Grondverzet en cultuurtechniek leveren aan groen en aan grijs, groen is dan de boer en grijs is dan de wegenbouwer, dat is eigenlijk waar jullie machines en materieel en mensen elke dag voor actief zijn.

Wim

Ja, dus wat ons bindt is de mens en machine en de bodem. Heel vroeger was dat eigenlijk allemaal in de landbouw, bijna alle Cumela-bedrijven zijn ooit als loonbedrijf gestart. Nog heel veel van die bedrijven zijn nog authentiek loonbedrijf voor een agrariër, maar er zijn er heel veel die rustig aan zijn gaan verschuiven richting de wegenbouw. Of anderszins, omdat je dus met die man en met die machine veel meer kan dan alleen maar op landbouwbodem bezig zijn.

Maar ook op een wegenbouwbodem, we doen bijvoorbeeld een sportbodem, dus die verschuiving is rustig aan op gang gekomen en op dit moment zijn meer dan de helft van de leden van Cumela, ruim meer dan de helft zijn of gemengd bedrijf of al een grijs bedrijf.

Cor

En had jij als ondernemer zoveel tijd over dat je zei: ik kan in Gelderland wel wat doen, want je bent nu landelijk voorzitter?

Wim

Ja, kijk in de provincie valt dat qua tijdsbezetting wel mee, ik werd wel gelijk voorzitter van afdeling Gelderland in die tijd, ja, dan beslaat dat een paar avonden in het jaar en eens een paar middagen om naar het gemeentehuis te gaan, of provinciehuis, dus dat valt dan qua inzet wel mee. Als voorzitter zit je dan wel gelijk in het verenigingsbestuur, dus dan vergader je ook nog een paar keer mee op het hoofdkantoor, dus dat was qua tijdsbeslag goed te doen, maar doordat ik al jaren in dat verenigingsbestuur zat kwam ik op een of ander moment ook bovendrijven als voorzitter landelijk en

toen ben ik in 2011 daarvoor gevraagd en daar heb ik volmondig ja op gezegd, omdat toen die tijd was ik zo’n beetje veertig volgens mij en ik had het bedrijf hier redelijk onder controle, ik denk: ik kan dit, dit lukt en ik zocht ook een nieuwe uitdaging ik dacht: moet ik een bedrijf erbij of moet ik gaan groeien, of hoe houd ik mezelf wakker? Dus dat kwam eigenlijk precies op het juiste moment, dat ze mij vroegen. Van: Wim, wil jij geen landelijk voorzitter worden?

Maar, dat gaat dan wel iets meer tijd van je vragen. En dan is de organisatie ook wel weer zo dat ze je dan helpen met ervoor te zorgen dat er op jouw bedrijf dat ook geregeld is. Niet dat ze betalen, maar ze denken wel met je mee van: hoe kunnen we ervoor zorgen dat jij ook eens een middag weg kan? Of dat je een hele dag weg kan, als je in Den Haag gesprekken moet gaan voeren.

Cor

En heb je daar altijd binnen het bedrijf hier genoeg draagkracht voor, hadden ze zoiets van: Wim, ga je gang, wij zorgen dat het hier blijft draaien?

Wim

Ja, de mannen an sich vinden dat wel mooi, die vinden het prachtig, die zijn trots dat hun werkgever zo af en toe op het podium springt om het algemeen belang, wat voor ons van belang is, dat ik dat doe, dat ik dat oppak, mijn vader heeft daar overigens wel altijd met argusogen naar gekeken, die zei: ja, kun je wel zo lang weg? En steek je daar niet teveel energie in? Wordt die energie niet op het eigen bedrijf gemist? En daardoor heb ik dat altijd wel scherp in de gaten gehouden hoor.

Cor

Maar die zal ook wel trots op je zijn, denk ik?

Wim

Dat denk ik wel en dat hoop ik ook wel.

Cor

Hij spreekt het misschien niet uit?

Wim

Hij spreekt het op dat vlak niet uit, maar ik denk het wel.

Cor

Ik heb wat filmpjes van je gekeken afgelopen dagen en dan zie ik – ik kan me voorstellen dat de trots die jij uitspreekt over je eigen mensen, maar ook over de sector, dat die ook wederzijds gevoeld wordt, want jij bent geen blaaskaak, je bent iemand die daadwerkelijk zo in elkaar zit, dat is zoals ik het zie en zoals ik het nu voel.

Wim

Ja, weet je, dat eigen bedrijf dat voelt een beetje als eigenbelang en nogmaals, dat is helemaal niet erg, want iedereen heeft zo zijn eigenbelang en we werken allemaal voor geld of voor ons inkomen of ons brood, maar als dat lukt, of toen die tijd dat het goed lukte toen dacht ik: ja, is het niet leuk om iets voor het algemeen belang te doen? Het sociale komt dan bovendrijven. Dat je een ander kunt helpen en een ander kunt verbinden met iemand.

Cor

Maar had je toen als ondernemer zoiets van: genoeg is genoeg? Je zei: ik neem het bedrijf over, je hebt dan je uitdaging gevonden in het bestuur.

Wim

Ik had wel genoeg, ik had niet genoeg om te doen, maar ik had er wel genoeg inkomen uit, dat heb ik nu nog. Heb gewoon een fatsoenlijk salaris, aandelen renderen, ik word er niet schatrijk van, maar dat hoeft ook niet. Ik heb genoeg aan wat ik nu heb.

‘k Bedoel, als ik zo kan blijven leven als dat ik nu doe en kan blijven kopen, of consumeren, of op vakantie gaan, vind ik genoeg. Tenminste, ik vond ook best dat ik wat tijd en energie mocht gaan steken in wat anders, in iemand anders, of het algemeen belang.

Cor

Maar 2011, 2012, je kinderen zijn dan ongeveer begin twintig, speelde toen ook al wel overname, was toen wel eens de vraag naar je kinderen: wat willen jullie?

Wim

Ja, dat speelde toen, dat speelt nu nog wel. Die gesprekken zijn er wel, niet zo heel veel, maar –

Cor

Heb je dat toen anders aangepakt dan dat je ouders dat met jou en broer en je zussen hebben aangepakt?

Wim

Ja, dat denk ik wel. En of dat dan bewust is of onbewust, dat is een hele moeilijke vraag en er leeft nu natuurlijk ook een hele andere generatie, een andere tijd, maar wij hebben onze kinderen nooit gestuurd van: dat zou je moeten doen, of ga jij nou maar naar die school, want dan kun jij later dat en dat gaan doen. Ik denk dat het tegenwoordig meer in de natuur ligt om te vragen: wat vind jij leuk, waar ben je in geïnteresseerd, welke school wil jij gaan volgen.

Volg je hart, nou dat hebben ze alle drie gedaan en dat was geen van drie in de richting van een Cumela-bedrijf. Mijn zoon heeft nog wel even getwijfeld, die zit een beetje in de technische hoek, dat is niet mijlenver bij ons vandaan, die heeft ook wel eens wat vakantiewerk bij ons gedaan, heeft mij wel eens vervangen op het moment dat ik met vakantie was, dat kan hij ook wel, is een hbo’er, dus hij pakt het vrij snel op en hij vindt het ook heel erg leuk wat ik doe, maar een paar jaar later heb ik het expliciet gevraagd aan hem van: heb jij interesse, wil jij dat bedrijf overnemen?

Toen heeft hij toch heel duidelijk gezegd: nee pap, dat ga ik niet doen. Ik vind het prachtig wat je doet, maar ik zie ook wat het met je doet, ik zie ook dat je 24/7 ben aangesloten en dat je die eindverantwoording draagt en dat je ook altijd scherp moet zijn, dat je altijd die telefoon in je zak hebt, dat niet voor mij. Ik ga wat anders doen. Dochters die waren ook vrij helder daarin, van: nee, pap, dat is niet wat voor ons dus.

Cor

Maar wat voor beroep hebben zij dan bijvoorbeeld gekozen, want volgens mij, zij zijn wel een mensenmens?

Wim

Ja, mijn oudste dochter is docent lichamelijke opvoeding op een scholengemeenschap in Amersfoort, heel sportief en mijn jongste dochter die is net afgestuurd, die heeft algemene sociale wetenschappen gedaan in Utrecht, sinds kort begonnen bij een organisatie die vitalisering doet van mens en organisatie en zoals gezegd, mijn zoon die werkt bij een technisch bedrijf, technisch bedrijf in de voedingsmiddelenindustrie, die maken slachtlijnen, koelinstallaties, daar doet hij de technische kant, dus die zijn allemaal goed terecht gekomen.

Cor

Maar waarin is jouw werk dan wezenlijk anders dan zij eigenlijk doen? Want je zorgt dat je twintig mensen zeer tevreden aan het werk houdt, er moet rendement gemaakt worden, er moet nog voor een hoop machines gezorgd worden en vooral, je moet je klanten bedienen. Dat is toch, je zoon verkoopt ook auto’s, die bedient ook klanten, in hoeverre is het wezenlijk anders, veel uitgebreider omdat je zegt, er zijn verschillende klantgroepen: boer en bouw?

Wim

Nee, ik denk dat dat het verschil niet maakt, want ik denk dat mijn zoon dit best zou kunnen. Maar het gaat erom of dat je het voor jezelf wilt doen, of dat je het in loondienst doet. En het hebben van een bedrijf of grote financiële uitdagingen, bezittingen, is bij de jongere generatie wat minder aanwezig heb ik wel eens het idee.

Vroeger wilden wij alles zelf hebben. Tegenwoordig wordt alles gedeeld. Of het nu een podcast is, of Spotify is, we delen meer dingen dan dat we in bezit hebben. Tegenwoordig worden auto’s al gedeeld, dus die jeugd heeft in mijn beleving minder behoefte aan een bedrijf bezitten of heel veel verantwoordingen hebben, of bezitten, die behoefte is er minder.

Cor

Is het nu nog eens de knip dat, toen je vader, toen je de laatste aandelen van je vader kocht, was toen nog bijzonder om daarna nog met je kinderen, te zeggen: wat willen jullie? Voelde je je toen pas echt vrij, of had dat geen invloed?

Wim

Jawel, dat had wel invloed. Die laatste gesprekken die hebben ook pas plaatsgevonden na 2015. Dus in 2016, 2017 was voor mij 100 procent duidelijk dat die het niet zouden gaan doen. En onbewust zou ik daar wel mee gewacht hebben totdat ik het 100 procent voor mezelf had.

Cor

Je zei vorige week ook tegen mij: dat was eigenlijk best wel een opluchting. Wat gebeurde er met je dat je –

Wim

Opluchting klinkt misschien wel weer wat zwaar, maar de opluchting dat ik het zeker wist. Dat er een besluit was genomen van: gaan mijn kinderen dat nu wel of niet doen. Ja, wat het met je doet is dat, het doet iets met je vader kind relatie. Kijk, ik heb met mijn vader, denk ik, een andere band dan dat ik met mijn eigen kinderen heb. Ik denk ook dat ik ook een andere band met mijn vader heb, dan dat mijn broer met onze vader heeft.

Heb een werk gerelateerde relatie met hem. Ik denk ook dat mijn ouders ook wel naar mijn prestaties keken van: hoe doet hij het, hoe gaat hij met ons bedrijf om. Houdt hij het overeind? Doet hij het zoals wij het gedaan hebben, doet hij het zoals wij het goed vinden? Dus dat doet iets met je ouder kind relatie.

Cor

Het heeft eigenlijk elke dag wel met je te maken met wat je deed en hoe je de bestuurder ook wel ging uithangen, terwijl er gewoon gewerkt moet worden. Want die dertig procent aandelen, moesten waarde houden.

Wim

Ja, dat heeft ongetwijfeld iets met ze gedaan en dat ik dat nu met mijn kinderen nu gewoon zuiver heb, dus dat ik ze als één van mijn kinderen kan bekijken en niet hoeft te kijken naar ze als opvolger of dat ze aan de gang gaan met mijn aandelen of mijn pensioengeld, want zo was dat vroeger.

Toen ik het van mijn vader overnam toen zat er nog zo verschrikkelijk veel geld van hem in, dat was zijn pensioengeld, daar moest ik verantwoording voor dragen. Ik moest het cashen. En dat heb ik nu naar mijn kinderen toe helemaal zuiver. En dat vind ik wel een fijn gevoel. Dus, daar zit geen zakelijke band tussen.

Cor

Je bespreekt nu al die andere dingen, wat jij waarschijnlijk nooit met je vader besproken hebt.

Wim

Ja, dat denk ik wel. Ik denk dat ik echt wel andere dingen met mijn kinderen bespreek dan dat ik met mijn vader, of dat hij met mij bespreekt. Wij hadden het heel vaak, en nu nog, over trekkers en hoeveel kranen en over boeren en over geld en over hoe doet iemand wat, hoe verdient hij de kost.

Dus dat is heel vaak ondernemer-gerelateerd. En vooral niet over: gevoelens, of over leuke dingen, over ontspanning, of over vakantie, nee, daar hebben wij het niet zo vaak over. Het is vaak werk gerelateerd.

Cor

Is het dan zo, even een vraag tussendoor, dat je als bestuurder van zo’n Cumela, dat je dan ook heel veel kansen in de markt tegenkomt? Of is dat niet iets wat over zo’n bestuurstafel of voor- en nagesprek voorbij komt? Een collega die misschien zegt: ik wil er wel mee stoppen, Wim, wil je dit niet overnemen, is dat –

Wim

Niet zo specifiek als dat jij het nu noemt, het is wel zo dat je heel veel samenwerkingsverbanden ziet en voelt, dus ik heb een heel groot netwerk om me heen van collega Cumela bedrijven, ik noem het wel eens gekscherend de Cumelafamilie, het voelt ook echt als familie. Dus dat netwerk is voor mij heel groot en voor de andere Cumela leden trouwens ook.

Die voelen dat cumelagevoel, familiegevoel ook. Dat voelt ook heel vertrouwd als je in een andere regio iets moet inhuren, of een onderaannemer zoekt om dan in die Cumela groep een bedrijf te vinden die je gaat helpen. Maar voor mij, mijn netwerk is ook gegroeid, dat ik overal bedrijven kan vinden die mij kunnen helpen als ik teveel werk heb, of als ik iets wil uitbesteden. Dus dat is wel een kans die voorbij is gekomen en natuurlijk als ik ondernemers spreek, vooral uit een andere hoek van Nederland, waar ik best een goede band mee heb, dan kan ik daar heel goed mee praten, omdat je niet in elkaar vaarwater zit, maar we kunnen wel sparren we kunnen wel delen.

En die kunnen we wel kansen voorhouden van: dat doen wij hier zo, dat zou hier ook niet zijn. Dat doe je in je eigen regio niet zo snel, want dan beconcurreer je elkaar soms ook, dan zit je in elkaars vaarwater, maar als ik dat bespreek met iemand uit Noord-Holland of Zuid-Limburg, die mannen kom je overal tegen op die bijeenkomsten, dan zie ik wel kansen voorbij komen.

Cor

Mag ik vragen, je bent nu vijfenvijftig, de kinderen nemen het niet over, is er al een plan b of plan c waar je mee aan de gang bent, of zeg je van: ik kan ook nog tot mijn 82e, ga ik sowieso door.

Wim

Nee, er is wel een plan nu, er is een plan b en dat moest zo geweest zijn, maar, ik had een stage loper van een hbo’er van de Hogeschool Dronten, Koen en die heeft bij mij stage gelopen en die kwam in 2017. Mijn toenmalige assistent ging weg en toen kwam Koen op de proppen en die zegt: ik heb hier stage gelopen, kan ik niet iets voor jou gaan doen twee of drie dagen in de week? Nou, dat is goed, Koen.

We hadden een goede band en die stage liep gewoon prima, dus kom maar. En die is 1 januari 2017 begonnen voor een paar dagen en dat werd steeds meer en op enig moment liep hij hier gewoon de hele week en die gaf ergens eind 2018 te kennen, ik heb eigenlijk wel interesse om het over te nemen. Kunnen we dat niet eens bestuderen, behoort dat tot de mogelijkheden?

En dat vond ik eigenlijk wel heel mooi, dat een jonge vent, want Koen was toen drie- of vierentwintig, al uitsprak van: ik heb ambities. Ik vind dit een mooi bedrijf en ik ben hier zo graag dat ik hier niet meer weg wil en ik ben hier zo graag dat ik het wel over zou willen nemen.

Cor

Waar moet een bedrijfsopvolger van Van Mourik, waar moet die aan voldoen?

Wim

Ja, waar moet die aan voldoen? Dat is een moeilijke vraag. Commitment. Die commitment wil je voelen, de passie die je voor het bedrijf hebt, of de verbinding met de werknemers, of met de mooie machines of het pand, hoe je het maar wilt noemen, maar je wilt die verbinding voelen, en die verbinding die voel ik wel bij hem.

Cor

En moet jij die verbinding hebben, of moet die twintig man die uiteindelijk buiten het werk verstouwen, moeten die vooral, of moet die vooral zeggen: ik moet iets met de klanten hebben.

Wim

Het moet op alle vlakken en dat was rustig aan wel bekend geworden, Koen kan heel goed met die mannen hier. Die jongens mogen hem graag, die halen hem er ook graag bij en ik zie ook dat ze mij af en toe al passeren en dingen aan Koen vragen, of meenemen naar beneden de werkplaats in van: wil je even meekijken?

Of als ze een probleem hebben dat ze Koen bellen en niet mij, dat zegt mij al genoeg. En als ik zie hoe dat dan beneden in de kantine gaat in de groepsvorming denk ik: Koen ligt goed in de groep. Maar ook als ik klanten aan de telefoon krijg en die vragen niet meer naar mij, maar naar Koen dan vind ik dat de eerste dag vervelend, maar de tweede dag denk je: dat is eigenlijk wel goed, dat ze naar hem vragen.

Dus bij de klanten ligt Koen ook goed en het begint steeds vastere vormen aan te nemen en we zijn nu samen zover, dat we het wel in een contract gaan gieten.

Cor

En is dat een driejarenplan, of is dat – we doen het in een paar weken, dat daadwerkelijk eruit groeien. Je vader had heel lang nodig om uit te groeien, zie je jezelf ook nog zo lang nog, misschien niet tot je 82, zie je jezelf nog vijf jaar, of nog tien jaar?

Wim

Ik zie mezelf nog tien jaar hier. Ik ben vijfenvijftig en ik hoop dat ik tot vijfenzestig mag meedoen, maar we hebben het plan op poten gezet voor vijf jaar en dan een plan opzetten voor tien jaar, een stip op de horizon voor tien jaar is ver weg.

Dus hebben we gezegd: vijf jaar, stip op de horizon, maar ik hoop dat ik nog tien jaar mee mag blijven doen hier en dat is denk ik nog wel even nodig, want mijn pensioengeld zit er ook in en dat moet er ook uit.

Ik heb het nog net niet helemaal bij elkaar, dus ik moet ook nog een paar jaar meedoen, maar dat wil ik ook nog heel graag, maar als ik dan vijfenzestig ben en ik kan het me financieel veroorloven, dan wil ik er ook wel uit. En wat ik dan ga doen, dat weet ik nog niet.

Cor

Staat de sector – we hebben afgelopen jaren, voor de luisteraars, PFAS, stikstof, we hebben nu corona, volgens mij kan de sector nog behoorlijk door, maar heeft volgens mij dat het nog elke dag behoorlijk door kan draaien, de deur nog niet hoeven sluiten, wat zijn de uitdagingen van de komende drie jaar van een bedrijf zoals die van jou, Wim?

Wim

Ja, wat zijn de uitdagingen. Het vasthouden van de mensen. Dat er werk blijft voor de bedrijven, daar ben ik van overtuigd. Wij zijn wel, dat heb ik wel eens gekscherend gezegd in een Nieuwjaars speech van: wij zijn de werkmieren van de samenleving. De Cumelabedrijven hebben gewoon de handjes. Die hebben allemaal, twintig, veertig, zestig man in dienst en dat zijn mannen die bereid zijn om ‘s morgens om vijf uur op te staan en met een grote broodtrommel vol brood om zes uur ergens te verschijnen en dat ook gewoon daadwerkelijk te gaan doen, dus dat is onze kracht.

Dus ik denk dat er altijd werk zal zijn voor ons, we moeten alleen nu in deze moeilijke tijden investeren in onze mensen en ze vasthouden, want we hebben ze volgend jaar gewoon weer nodig als het coronaprobleem opgelost is, als de stikstofproblemen wat opgelost zijn en we moeten schakelen. We moeten keuzes maken.

Dat loonwerk agrarisch zal minder worden, of je het nu leuk vindt of niet, het aantal dieren zal gewoon afnemen. Landbouwgrond zal afnemen, dat wordt of natuur, of dat worden zonnepanelen of daar komen windmolens op te staan, maar dat verandert en als je als loonwerker denkt dat het niet zo is, dan moet je jezelf nog maar eens achter de oren krabben, maar dat er werk is, daar ben ik van overtuigd.

Want die zonnepanelen, dat terrein onder een zonnepaneel moet aangelegd, dat moet onderhouden. Als er een windmolen komt, moet de fundering gestort worden. Daar moeten de kabels de grond in. Natuurgebieden moeten nieuw aangelegd, of onderhouden, of moeten verandert en dat is allemaal werk met de bodem, en zo gauw als er werk is in de bodem, als we de schop erbij nodig hebben zeg ik wel eens, dan hebben ze die Cumulaonderneming ook nodig.

Cor

Maar, hoe vind jij nu als ondernemer, je zegt: mijn kinderen, die denken anders, de generaties die worden anders, worden deze jongens en meisjes nog geboren, die nog ’s morgens zo vroeg hun nest uit willen om voor dag en dauw al hetzij met de trekker, met de kraan, hetzij met de auto naar de kraan, om dat te doen, worden die nog geboren, of is dat uiteindelijk ook een uitstervend ras?

Wim

Ik denk dat ze nog wel geboren worden. Als ik zie hoeveel jongens er nog op mijn bedrijf afkomen, ieder jaar, ik heb nog steeds geen tekort, ik heb nog steeds meer aanbod, dan dat ik kwijt kan aan stage lopende boerenjongens en dat heeft te maken met de grote machines die wij natuurlijk in de sector hebben, dat heeft grote aantrekkingskracht, die grote tractoren en die kranen, die shovels, daar zitten die mannen graag op,

dus daarvan heb ik nog geen grote angst van dat we daar geen machinist op vinden, maar een grondwerker of een stratenmaker of een rioleur die in de sleuf staat, daar hebben we wel een tekort en daar maak ik me wel zorgen over. Of we moeten zover automatiseren of robotiseren dat we die mannen niet meer nodig hebben, maar dat is denk ik een utopie.

Cor

Voor de grondwerkers, je ziet al die zuigauto’s zie je ontpoppen bij al die – ik weet niet of je zelf ook een zuigauto hebt, maar die zie je veel, wij deden vroeger als grondwerker alles zelf met de schop, dus dat is misschien een tendens waar je niet aan ontkomt omdat er op een gegeven moment gewoon geen personeel meer voor is.

Wim

Ja, het is wel een opkomende tendens inderdaad, maar dat gaat nog niet zo hard als dat je zou denken. Dus zoals ieder Cumelabedrijf een trekker heeft met een ploeg en een graafmachine en een minigraver, heeft nog lang geen – heeft nog niet iedereen een grondzuigauto. Dat is echt wel een specialistisch iets.

Het is peperduur ook om zo’n ding te hebben, te kopen en ook per uur is dat nog wel fors, het doet wel redelijk zijn intrede, maar ik ben er nog niet van overtuigd dat ieder Cumelabedrijf zo’n ding gaat kopen en ermee aan de slag gaat. Dus die grondwerker die gewoon achter de bak staat, die hebben we voorlopig nog wel even nodig en dat is wel een zorg die ik heb. Die grondwerkers.

Cor

We gaan naar het einde, Wim. En ik vraag altijd: heb je als ondernemer nog een ultieme tip, we hadden graag nog willen smullen van allerlei dingen die je als ondernemer fout had gedaan, daar zijn we niet aan toegekomen, maar is er iets waarvan je zegt naar andere ondernemers, misschien ook wel even leeftijd gerelateerd,

je bent vijfenvijftig: heb je een tip aan andere ondernemers tussen de vijftig en vijfenvijftig waarvan je zegt, bijvoorbeeld: begin niet te laat met bedrijfsovername, of laat het maar op je afkomen. Wat zou een tip zijn die je zou willen geven?

Wim

Het is misschien wel cliché, maar je moet wel op tijd je bakens verzetten. Ik heb onlangs in een column geschreven: in de moeheid ploeg je voort. Dat is het liefste wat we doen, gewoon door ploegen. Maar op enig moment als de ploeg niet meer voldoet en je moet naar een spitmachine, moet je wel bereid zijn om de ploeg te verkopen.

Dat is figuurlijk, niet letterlijk. En dan denk ik dat we als ondernemers wel moeten blijven doen van: verandert de wereld? Ja, die verandert. Moeten wij dan ook veranderen? Ja, dan moet je wel veranderen. En wees op tijd. Denk niet dat het meevalt, maar probeer voorop te lopen in de nieuwe ontwikkelingen in de nieuwe veranderingen, want als je achteraan aanloopt dan kom je op een gegeven moment ook een keer te laat.

Dus blijf die bakens verzetten. Dat denk ik.

Terug naar het overzicht